Zoek | ||
/Tips gewasbeschermingOnkruidbestrijding in wortelen Check aanwezigheid Rhizoctonia Meloidogyne chitwoodi en aardappelen MLHD een goede hulp bij onkruidbestrijding Tijdstip onkruidbestrijding zetmeelaardappelen
Maak gebruik van GEWISDe huidige beschikbare contactherbiciden in tarwe stellen vaak verschillende eisen aan de weersomstandigheden. Met GEWIS ziet u de relatie tussen het weer en de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen. Voor de contactmiddelen Artus en Vega geldt bijvoorbeeld dat na toepassing de luchtvochtigheid hoog genoeg moet zijn in combinatie met voldoende zonuren. Via GEWIS kunt u voor de diverse herbiciden een goed overzicht opstellen met het optimale toepassingsmoment. Zie voor meer informatie www.telenmettoekomst.nl, sector akkerbouw.
Onkruidbestrijding in wortelenDe combinatie 0,15 - 0,25 liter Centium + 0,5 liter linuron vlak na zaaien van wortelen geeft een brede bodemwerking. Deze inzet is vooral zinvol bij percelen met een hoge onkruiddruk van onder andere varkensgras en kleefkruid. De hoogste doseringen Centium gelden voor de zwaardere gronden. De inzet van bodemherbiciden in peen is echter niet altijd nodig. Via LDS-inzet van Sencor (en linuron) na opkomst zijn diverse onkruiden ook goed te bestrijden. Maak daarom vooraf een analyse van de onkruiddruk en stem een eventuele inzet van bodemherbiciden af op het perceel. Ook Stomp heeft een toelating als bodemherbicide in peen. De werking tegen bovengenoemde onkruiden is gering. Spuit dit middel daarom kort ná het zaaien op een onkruidvrije en vochtige grond. Op grond met veel organische stof en op droge grond valt Stomp tegen. Breedbladigen als melganzevoet en veelknopigen bestrijdt Stomp goed. Daarnaast bestrijdt het middel ook onkruidsoorten als duivekervel, ereprijssoorten en akkerviooltje. Tegen composieten als kamille, knopkruid en klein kruiskruid werkt Stomp niet of nauwelijks. Check aanwezigheid RhizoctoniaEr zijn altijd nog veel partijen die besmet zijn met Rhizoctonia. U kunt zich hier niet tegen verzekeren. Toch zijn er telers die jaarlijks in slagen pootgoed te telen dat niet bepoederd hoeft te worden. Een partij niet poederen bespaart u minimaal 50 euro per hectare. Controleer dus in ieder geval of Rhizoctonia in uw pootgoed aanwezig is. Was hiervoor 100 knollen en bepaal daarvan de Rhizoctonia-index. Minder gevoelige rassen hoeft u pas te behandelen vanaf een index 10. Dit geldt ook voor alle consumptierassen. Zijn de pootomstandigheden ongunstig dan is het verstandig het pootgoed te behandelen bij een lagere index. Op www.dlvplant.nl vindt u een overzicht met ongunstige pootomstandigheden Ongunstige omstandigheden zijn:
Meloidogyne chitwoodi en aardappelenM. chitwoodi en aardappelen zijn een slechte combinatie. Op veel zandgronden komen we in de praktijk vaak het aaltje M. chitwoodi tegen. Het is een quarantaine-organisme waarvoor specifieke maatregelen nodig zijn (zie www.minlnv.nl/pd). Bij slechts enkele aaltjes op 100 ml grond kunnen gevoelige aardappelrassen al schade ondervinden. De teelt van uitgangsmateriaal (pootgoed) op besmette percelen wordt daarom afgeraden. De teelt van consumptieaardappelen is mogelijk, maar is wel erg rasafhankelijk. Teel dus geen Hansa of Asterix indien een aaltjesmonster aangeeft dat er M. chitwoodi aanwezig is. De rassen Felsina en Ramos zijn minder gevoelig. Bij een zeer lichte besmetting zijn deze rassen nog te telen, maar kans op gewasschade is zeker aanwezig. Premiere is een ras dat u kunt telen bij (zeer) lichte hoeveelheden M. chitwoodi. Dit ras laat weinig gewasschade zien.
MLHD een goede hulp bij onkruidbestrijdingMet een MLHD-meter ziet u na één tot twee dagen het effect van een bespuiting op onkruid en gewas. Dit geldt voor herbiciden die de fotosynthese van de plant beïnvloeden. Hierdoor leert u bij de LDS onkruidbestrijding in bijvoorbeeld suikerbieten en aardappelen beter de juiste dosering te kiezen. Mocht de dosering in een enkel geval toch nog iets te laag zijn, dan is het mogelijk om twee dagen later nogmaals een zeer lage dosering te spuiten, waardoor het resultaat uiteindelijk toch goed is. Zonder MLHD meter ziet u dit resultaat pas na 5 - 7 dagen. Niet bestreden onkruiden zijn dan al weer "op sterkte" en daardoor nog lastig te bestrijden.
Voorkom onnodige emissieOm emissie van gewasbeschermingsmiddelen te beperken, zijn er diverse driftreducerende maatregelen. Toch ontstaat mogelijk ook op uw bedrijf nog emissie die vrij eenvoudig te voorkomen is. Denk bijvoorbeeld aan het schoonspuiten of schoonregenen van uw spuitmachine. Als u uw spuitmachine tijdens een regenbui stalt op de erfverharding (welke in een sloot of het riool afwatert), kunt u bedenken dat met het regenwater onnodig een hoeveelheid middel rechtstreeks in de sloot of het riool terecht komt. Zet daarom uw spuitmachine bij voorkeur binnen.
Tijdstip onkruidbestrijding zetmeelaardappelenIn de praktijk kijkt men vaak naar de stand van het gewas als het gaat om het moment van onkruidbestrijding. Het tijdstip van spuiten wordt bepaald door de onkruiden die aanwezig zijn. Dit vergt controle en kennis van de onkruiden. Op tijd een bespuiting uitvoeren bij kleine onkruiden heeft direct gevolg voor de dosering. Deze kan vergelijkbaar bij de suikerbieten dan fors omlaag. Dit geldt eveneens voor de tweede onkruidbespuiting later in het seizoen met bijvoorbeeld Titus. De standaard dosering is 40 gram Titus per hectare. Maar er zijn ook goede resultaten te behalen met 25 gram Titus mits er op een moment wordt gespoten dat de onkruiden klein zijn.
| ||
© DLV Plant 2007 | Privacy Statement | Disclaimer | ||
