/Gewasbescherming
Toepassen van lage doseringen
De komende maanden informeert DLV Plant u over mogelijkheden om uw gewasbescherming op een duurzamere manier aan te pakken. Deze maand informeren wij u over de toepassing van lage doseringen.
In veel gevallen is een bodemherbicide vóór opkomst in suikerbieten niet nodig. Alleen vroege zaai en een bodem die erg gevoelig is voor kamille kan een reden zijn om een bodemherbicide in te zetten. Ook bij aardappelen zijn er goede mogelijkheden om de onkruidbestrijding met lage doseringen na opkomst van het gewas uit te voeren. Akkerbouwer Ike de Jager (foto) past alleen nog maar een bodemherbicide vooraf toe als het aardappelras niet tegen Sencor kan of als de onkruiddruk zeer hoog is.Het belangrijkste voor het goed slagen van de onkruidbestrijding met lage doseringen is een tijdige toepassing. Dat wil zeggen op het moment dat de onkruiden nog in het kiemplantstadium staan.
Afgelopen seizoen lagen veel bietenpercelen er na het zaaien droog en kluiterig bij. Dit heeft ook een aantal telers over de streep getrokken om geen bodemherbicide in te zetten. Deze heeft namelijk vocht nodig voor een goede werking.
Een bodemherbicide vooraf resulteert veelal niet in een besparing van één LDS na-opkomst bespuiting. Zelfs al zou zonder bodemherbicide één extra LDS bespuiting noodzakelijk zijn, dan zijn de totale middelenkosten nog steeds lager dan met de inzet van een bodemherbicide. Meestal is het aantal LDS bespuitingen echter gelijk wanneer de bodemherbicide weggelaten wordt. In dat geval bedraagt het kostenvoordeel afhankelijk van het middel € 38 - € 49 per hectare. Het mooie van deze maatregel is dat minder milieubelasting samengaat met een kostenvoordeel.
Meer weten?
Neem contact op met Anton v/d Velde, a.vandervelde@dlvplant.nl, telefoon 06-53151756.
Het project "Verder aan de slag met geïntegreerde gewasbescherming in de akkerbouw" wordt ondersteund door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Europese Unie.